Zelfgesprek: Van Oorsprong naar Groeisprong - Blog

#3 Stalen gezichten op het werk
Over machtsongelijkheid, mediatie en contextverlies

Door: Thomas Triebel

Waar menselijkheid wijkt, worden gezichten stalen

Een recente LinkedIn-bijdrage van een mediator beschreef een gesprek tussen een werknemer, Mark, en zijn werkgever, Inge. De mediator typeerde Inge als open en zichtbaar, terwijl Mark een stalen gezicht zou hebben gehad. Later in het gesprek werd duidelijk dat Mark gedurende langere tijd structureel te veel taken had gedragen, wat uiteindelijk resulteerde in een burn-out. Inge gaf aan dat zij dit wist, maar daar volgens eigen zeggen weinig mee had gedaan.

Aan het einde van het gesprek vroeg de mediator hoe beide partijen het gesprek hadden ervaren. Inge gaf aan zich opgelucht te voelen en het idee te hebben dat de kou uit de lucht was. Mark reageerde geïrriteerd en noemde de vraag zinloos. Vervolgens nam hij opnieuw een professioneel en neutraal taalgebruik aan. In de publieke reacties onder de bijdrage werd vooral begrip getoond voor Inge. Marks houding werd veelal geïnterpreteerd als onprofessioneel en kinderachtig.

Gedrag zonder context verklaart weinig

De bijdrage beschrijft zichtbaar gedrag, maar reconstrueert niet de context waarin dat gedrag is ontstaan. Het stalen gezicht van Mark wordt gepresenteerd als een eigenschap, niet als een uitkomst van een proces. Daarmee verschuift de interpretatie van verklaring naar beoordeling.

Onderzoek naar organisatorische conflicten laat zien dat gedrag pas betekenis krijgt wanneer het wordt geplaatst binnen de geschiedenis van interacties, verwachtingen en eerdere responsen binnen een relatie. Zonder deze context ontstaat wat Weick al in 1995 beschreef als retrospectieve betekenisgeving zonder structurele reconstructie. Men ziet wat er gebeurt, maar begrijpt niet waarom het zo gebeurt.

In dit geval ontbreken essentiële vragen. Hoe werd werkdruk in het verleden besproken. Welke signalen werden serieus genomen en welke niet. Welke gevolgen had eerdere openheid voor Mark. Zonder deze informatie blijft het gedrag van beide partijen analytisch onderbepaald.

Ongelijkheid als structurele factor in mediatie

Wanneer een mediator wordt ingeschakeld door de werkgever, verandert de relationele structuur van het gesprek fundamenteel. Hoewel mediatie formeel neutraal is, blijft de hiërarchie tussen werkgever en werknemer bestaan. Onderzoek naar conflictbemiddeling in organisaties toont aan dat machtsasymmetrieën doorwerken in wat mensen durven zeggen en laten zien, zelfs wanneer neutraliteit wordt beloofd.

Deutsch en Coleman beschrijven in hun werk over conflictprocessen dat machtsverschillen het communicatieve risico voor de zwakkere partij verhogen. Openheid wordt dan een potentieel gevaar in plaats van een hulpbron. In zo’n context is terugtrekking geen onwil, maar een rationele aanpassing.

Marks gereserveerde houding kan vanuit dit perspectief worden begrepen als een vorm van cognitieve zelfbescherming. Niet omdat hij niet wil samenwerken, maar omdat eerdere ervaringen hem geleerd kunnen hebben dat openheid geen corrigerend effect had op de situatie.

Symptomen worden zichtbaar, mechanismen niet

De bijdrage richt zich primair op waarneembaar gedrag tijdens het gesprek. Wat ontbreekt is een analyse van de mechanismen die dit gedrag waarschijnlijk hebben voortgebracht. In de organisatiepsychologie wordt dit onderscheid scherp gemaakt. Gedrag is zelden het beginpunt van een probleem, maar meestal het eindpunt van een langer proces van niet beantwoorde signalen, uitgestelde correctie en verschuivende verantwoordelijkheden.

Argyris en Schön toonden al in 1978 aan dat organisaties vaak handelen op basis van wat zij single-loop learning noemen. Men corrigeert zichtbaar gedrag zonder de onderliggende aannames of structuren ter discussie te stellen. In dit geval wordt Marks reactie benoemd, maar niet onderzocht welke organisatorische patronen deze reactie logisch maakten.

Publieke interpretatie versterkt reductie

De publieke reacties onder de bijdrage volgen dezelfde reductie. Zonder aanvullende context wordt gedrag moreel geduid. Dit is consistent met wat Kahneman beschrijft als de fundamentele attributiefout. Mensen verklaren gedrag vanuit karaktereigenschappen en onderschatten systematische invloeden.

Zonder inzicht in eerdere interacties, machtsverhoudingen en besluitvormingsprocessen ontstaat een oordeel dat sociaal begrijpelijk is, maar analytisch zwak. Het bevestigt bestaande normen over professioneel gedrag, zonder te toetsen of die normen in deze context realistisch of rechtvaardig waren.

Het ontstaan van een stalen gezicht

Een stalen gezicht ontstaat zelden plotseling. Het is doorgaans het resultaat van herhaalde ervaringen waarin openheid geen effect had of zelfs negatieve consequenties kreeg. Onderzoek naar psychologische veiligheid in organisaties laat zien dat wanneer mensen ervaren dat spreken niet leidt tot verandering, zij zich aanpassen door emotionele terugtrekking.

Edmondson beschrijft dit mechanisme als een verlies aan voice. Mensen blijven functioneren, maar stoppen met investeren in relationele afstemming. Het gedrag wordt vlak, correct en minimaal. Niet uit desinteresse, maar uit geleerd realisme.

In dat licht bezien is Marks houding geen anomalie, maar een voorspelbare uitkomst van een systeem waarin correctie te laat plaatsvond en verantwoordelijkheid diffuus bleef.

Slot

Gedrag zonder context nodigt uit tot oordeel, maar niet tot begrip. De beschreven bijdrage laat zien hoe snel zichtbare reacties worden losgekoppeld van hun ontstaansvoorwaarden. Waar context ontbreekt, wordt interpretatie normatief. Waar machtsverhoudingen buiten beeld blijven, wordt neutraliteit verondersteld.

Wanneer menselijkheid wijkt, worden gezichten stalen. Niet als karaktertrek, maar als rationele aanpassing aan een omgeving waarin spreken geen veilige of zinvolle optie meer is.

 

***

Bronnen

  • Weick, K.E. (1995). Sensemaking in Organizations. Sage Publications.
  • Deutsch, M. & Coleman, P.T. (2000). The Handbook of Conflict Resolution: Theory and Practice. Jossey-Bass.
  • Argyris, C. & Schön, D. (1978). Organizational Learning: A Theory of Action Perspective. Addison-Wesley.
  • Kahneman, D. (2011). Thinking, Fast and Slow. Farrar, Straus and Giroux.
  • Edmondson, A. (2018). The Fearless Organization: Creating Psychological Safety in the Workplace. Wiley.

Denkers met inhoud verdienen een stem met gewicht! 
Ontdek welk traject past bij waar jij nu staat.

Concrete vraag?

Neem contact op wanneer er een concrete vraag ligt.

Ik ga ermee akkoord dat deze gegevens worden opgeslagen en verwerkt om contact met mij op te nemen. Ik ben me ervan bewust dat ik mijn toestemming op elk moment kan intrekken.*

* Geeft verplichte velden aan
Dankjewel! Ik neem zo spoedig mogelijk contact met je op.

Contact

Telefoon: 0031 6 24 54 38 30

E-mail: info@triebel-communicatie.nl

Adres: Wjitteringswei 23, 8495 JK Aldeboarn

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.